De Luchtfabriek 15/4/2018

De Luchtfabriek 15/4/2018

Klokslag 10 u vertrokken 10 motoren richting het Limburgse steenkoolbekken. Reeds onmiddellijk na het verlaten van onze standplaats werden we gegijzeld door een kolonne wielrenners die ettelijke kilometers lang de ganse baan opeisten. Een fenomeen dat we nog een paar keer zouden tegenkomen. Nu ja, ieder diertje zijn pleziertje…

Onder goedkeurend oog van de Witte van Zichem doorkruisten we de Demervallei om na een reeks omzwervingen ons eerste doel te bereiken: de Luchtfabriek. Geen betere plek om even een luchtje te scheppen…

Op het oude mijnterrein adem je niet alleen lucht maar ook geschiedenis. De luchtfabriek was een bovengronds onderdeel van de steenkoolmijn van Heusden Zolder, de laatste Belgische “put” die dichtgegaan is.

In de fabriek werd lucht samengeperst door gigantische compressoren die door joekels van elektrische motoren aangedreven werden. De elektriciteit werd lokaal opgewekt in de eigen elektriciteit centrale. De samengeperste lucht werd voor 2 doeleinden gebruikt: enerzijds als krachtbron om de pneumatische drilboren te voeden en anderzijds om frisse lucht in de mijnschachten te blazen.

 

De zwaarste compressor die maar liefst 35,000 m3 lucht per uur samenperste werd aangedreven door een elektrische motor van 5.000PK, het equivalent van 43 Goldwings met opengedraaide gashendel.

 

Het hele Limburgse steenkoolverhaal begon bij Andre Dumont, geoloog en hoogleraar aan de universiteit van Leuven. Dumont was ervan overtuigd dat het Nederlands steenkoolbekken doorliep tot in de Belgisch Limburgse ondergrond. In de nacht van 1 op 2 augustus 1901 ontdekte de in zijn opdracht werkende boormeester Koton te As de eerste Limburgse steenkool op 541 m diepte.

Dit was het begin van een nieuwe revolutie die het Limburgs platteland grondig zou veranderen. Er was een grote terughoudendheid van de plaatselijke bevolking om in de mijn te werken. Buitenlandse krachten moesten aangeworven worden. Nieuwe gemeenschappen ontstonden: Italiaanse, Turkse, Spaanse, Poolse,… De zogenaamde tuinwijken werden opgericht waar de werknemers van de mijn met hun gezin konden wonen. De verschillende klassen (directe, ingenieurs, bedienden en arbeiders) hadden elk hun eigen woongebied.

Het werk in de mijn was bijzonder hard. Op een diepte van 1100 m liep de temperatuur op tot 49°C! De grote temperatuurschommelingen tussen boven- en ondergrond veroorzaakten griep, reuma,…
Sanitaire voorzieningen ondergronds waren quasi onbestaande. De combinatie van stof en hitte zorgde voor huidirritaties en zweren. Maar de grootse gevaren waren het minst zichtbaar: stoflong en het geurloze mijngas dat ontploffingen kon veroorzaken waren de grootse vijanden van de mijnwerkers.

De voorbereidende werken om de mijn van Heusden zolder exploitatie-klaar te maken zijn begonnen in 1906. Pas in 1930 kon gestart worden met de ontginning van steenkool. De opstart kende vele tegenslagen. Eén van de moeilijkheden was het kiezen en realiseren van de juiste
methode voor het bevriezen van de mijnschacht. Dit is nodig bij de aanmaak van de schacht opdat de wand niet zou instorten. Echter tijdens de opzet van de mijn is de mijnschacht door wateroverlast ingestort. Tot overmaat van ramp kwamen de Duitsers tijdens de oorlog alle metalen bekistingen wegnemen om hun oorlogsindustrie van grondstoffen te voorzien.

De steenkool werd ontgonnen op 3 ondergrondse niveaus: 720 m, 800m en 900 diepte. Het ontginningsgebied besloeg een oppervlakte van 70Km2. In 1985 werd de kaap van 100 miljoen ton ontgonnen steenkool bereikt.
In 1992 ging de mijn van Heusden-Zolder als laatste operationele mijn in België definitief dicht. De ontginning van steenkool kon de concurrentie met aardolie niet langer doorstaan.
Nadat we de museumopzichter van dienst plechtig beloofd hadden dat we Pierre in het oog zouden houden opdat hij niet aan de schakelaars en knopjes zou prutsen, mochten we en kijkje nemen in het kluwen van buizen, pijpen, hendels, pompen en kranen die de luchtfabriek rijk is.
Nog even een koffie gedronken in het cafe van het mijncomplex en weg waren we. Tijd om de innerlijke mens te versteken. Op een alternatieve picknickplaats te Bolderberg werd de knapzak aangesproken. Hoog tijd nu voor een inspectietocht doorheen de Haspengouwse fruitstreek. En ja de bloesems waren van de partij.

 

Na een bezoek aan de boomgaarden van Borgloon Alken, Jeuk, Heers, Sint Truiden en Nieuwerkerken was het tijd om huiswaarts te rijden. Nog even een drankstop te Kortijk – Dutsel en de rit zat erop.
Waren erbij op deze 190km lange tocht: Erik, Roger, Jan H, Rudy, Pierre, Bert, Patrick, Han, Manu, Luc